ARABEL

Belgische Arachnologische Vereniging

Gruwelmail over “Gevaarlijke Afrikaanse spin” doet weer de ronde!

15/07/2009 | Nieuws

hoax
Eén van de foto’s die met de mail worden meegezonden. De beschuldigde spin is echter met zekerheid niet de dader.

De mail over de gevaarlijke Afrikaanse spin is een “hoax” die reeds vele jaren de ronde doet en oorspronkelijk zelfs uit Amerika afkomstig is. Hieronder is het persbericht toegevoegd dat de Belgische Arachnologische Vereniging ARABEL in 2007 verstuurde en waardoor ettelijke persberichten hierover verschenen, waaronder het volgende in Het Nieuwsblad.

Laat u dus niets wijsmaken, mogelijk is het bericht met de beste bedoelingen door een bekende toegestuurd, maar het gaat dus om complete onzin, enkel ontworpen om paniek te zaaien (inderdaad, sommige mensen hebben die behoefte…).

De verstuurder (eigenlijk doorstuurder) ervan werd reeds lang op de hoogte gebracht van het feit dat het om flauwekul gaat. Hij zag dus al in dat het niet zo verstandig was om het bericht verder de wereld in te sturen, maar het leidt nu al enkele jaren een eigen leven.

Nog nuttig om lezen in dit verband is deze bladzijde op de site van de University of California Riverside, waar je kan lezen dat de mail ook in België rondgestuurd wordt.

Stuur deze link gerust door naar diegene die jou de kettingmail zond (als iedereen dat doet, wordt er tenminste een deel van de paniek weggenomen)!


PERSBERICHT: PANIEK OVER GRUWELMAIL GEVAARLIJKE AFRIKAANSE SPIN LOOPT DE SPUIGATEN UIT

Beste persrelatie,

Onderhand zijn er nog weinig mensen met e-mailmogelijkheid die het bericht nog niet aankregen. Het ARABEL-secretariaat wordt overspoeld door mails en telefoontjes van mensen in paniek.

Het bewuste bericht

    OPGEPAST!

    Dit jaar is er in België een epidemie van de Afrikaanse spin, +/- 15 mm grootte (met dank aan de vliegtuigen). In de tuin, schaduwplekken en frisse plaatsen.
    Ingeval u gebeten wordt, haast u binnen het kwartier naar het dichtsbijzijnde ziekenhuis. Indien u er langer mee wacht zal het gif al onherstelbare schade hebben toegebracht. Als u dat niet lukt…. in 88 % van de gevallen volgt er amputatie binnen de 10 dagen!
    Er zijn geen andere oplossingen beschikbaar en ook geen tegengif.
    Probeer zeker niet om deze spin te vangen.
    Stuur dit a.u.b door!



Blijkbaar spreekt deze onheilstijding zoveel mensen aan dat ze massaal wordt doorgestuurd. Ondertussen is er sprake van een heuse golf van massa-hysterie, want mensen laten zich gewillig overtuigen door de expliciete foto’s. De lukraak toegevoegde spinnenfoto moet immers de evidente link leggen met de lelijke wonde.

De maat is daarom vol en bij deze moeten wij met klem reageren om enige rationaliteit met betrekking tot dit onderwerp te laten terugkeren.

De feiten

  • Het gaat hier om een onvervalste hoax, en dus 100% flauwe kul. De mail dook voor het eerst op in de Verenigde Staten in 2003. Daar ging het toen dus niet over een “Afrikaanse spin in België”. De foto’s van de wonde zijn steeds dezelfde gebleven, maar de spin werd reeds meerdere keren “vervangen”. Nu eens was er sprake van een Amerikaanse soldaat die in Irak gebeten was door een solifuug (die zelfs geen gif heeft), dan weer van een beet van een huisspin in Amerika. Al in juli 2003 dook het bericht op in België, maar toen nog zonder bijhorend verhaaltje. In 2005 was er dan plots sprake van een Afrikaanse spinnen-epidemie (op zich al onmogelijk bij spinnen). Onlangs dook de mail nu ook in Nederland op.
  • De getoonde spin is zelfs geen Afrikaanse, maar een Amerikaanse soort. Op http://spiders.ucr.edu lees je een tekst van Dr. Rick Vetter van de Universiteit van Californië. Vetter kon achterhalen dat de foto van de spin gehaald werd van een website van de Universiteit van Ohio en dat het dus zeker niet de foto van de “dader” is.
  • Uit wetenschappelijke overzichtsartikels (Van Keer, 2007 ; 2010*) blijkt dat de getoonde spin zelfs nog nooit toevallig in ons land ingevoerd werd.
  • Slangendeskundigen laten weten dat de wonde de typische symptomen van een beet met bepaald slangengif vertonen.


Het is bedroevend om vast te stellen dat zovele mensen willen meesurfen op de golven van paniekzaaierij en hierdoor vermoedelijk op een ongezonde manier aandacht willen verkrijgen. Uiteraard is twijfel begrijpelijk, maar het doorsturen van dergelijke mails zonder zich ook maar enigermate te vergewissen van de juistheid, getuigt toch van weinig redelijkheid.

De mails en telefoons die we de voorbije weken ontvangen getuigen van echte paniek. Mensen zien overal gevaarlijk giftige spinnen en haasten zich om de dieren te doden en hun kinderen in veiligheid te brengen.

Wij vragen u daarom om te helpen de gemoederen rond deze uit de hand gelopen hoax te bedaren. Op dit moment is er in ons land immers niet de minste reden tot paniek met betrekking tot spinnen.

In bijlage vindt u de bewuste foto’s.

Voor de Belgische Arachnologische Vereniging ARABEL,
Koen Van Keer

Referenties

VAN KEER, K. 2007. Exotic spiders (Araneae): Verified reports from Belgium of imported species (1976-2006) and some notes on apparent neozoan invasive species. Nwsbr. Belg. Arachnol. Ver. 22(2):45-54.

VAN KEER, K. 2010. An update on the verified reports of imported spiders (Araneae) from Belgium. Nwsbr. Belg. Arachnol. Ver. 25(3): 210-214.


Zwarte weduwen (Latrodectus spp.) in België

15/06/2009 | Nieuws

latro_1
Foto 1: Volwassen vrouwtje van de Amerikaanse zwarte weduwe (Latrodectus mactans). Foto © Gilbert Loos

latro_2
Foto 2: Volwassen vrouwtje van een Australische zwarte weduwe (Latrodectus hasselti). Foto © Aart Noordam

De feiten

Voorgeschiedenis

Reeds enkele decennia wordt af en toe een exemplaar van een Zwarte weduwe (Latrodectus spp.) in ons land ingevoerd. Het eerste goed gedocumenteerde geval dateert van 1967. In de jaren 1986-1988 werden enkele exemplaren ingevoerd via de haven van Gent (olietransporten vanuit Louisiana, VS) en in 1999 was er het beruchte geval van een aantal Australische Zwarte Weduwen (foto 2) of “Redbacks” (Latrodectus hasselti), dat uit een container vanuit Australië was ontsnapt op een bedrijventerrein in het Limburgse Bree. Een vette kluif voor de binnenlandse (én Nederlandse) pers. Uitgebreide voorzorgsmaatregelen werden getroffen: een Australische professor werd overgevlogen om de artsen uit de streek van Bree te vertellen wat ze moesten doen in geval van een gifbeet, antigif werd overgevlogen vanuit Australië en de bevolking werd gevraagd verdachte spinnen te melden (wat uiteraard leidde tot vele foutieve meldingen).
De Belgische Arachnologische Vereniging ARABEL, volgde dit geval op en er werden enkele maanden na de invoer op het bedrijventerrein nog één volwassen en één jong exemplaar aangetroffen. Vooral het jonge exemplaar baarde zorgen aangezien het erop wees dat een nieuwe generatie er minstens al enige tijd overleefde.

Een latere excursie naar het bedrijventerrein leverde niets op. Sindsdien zijn er af en toe meldingen van gespotte Red backs in de streek, maar geen enkele werd door een erkend arachnoloog bevestigd. Tussen 1967 en 1996 zijn slechts twee officiële meldingen van een ingevoerde zwarte weduwe gedaan. Vanaf dan beginnen de meldingen stilaan in frequentie toe te nemen (1996, Frameries; 1999, Bree; 2001, Genk; 2006, Antwerpen).

Huidige toestand

Recent kwamen enkele meldingen van Amerikaanse zwarte weduwen binnen bij de Antwerpse Zoo. Die contacteert in zo’n geval automatisch de mensen van ARABEL. Bij het opvolgen van die recente meldingen kwam aan het licht dat een trafiek van old timer-auto’s waarschijnlijk regelmatig deze spinnen in ons land binnenbrengt. Concreet gaat het om wagens die reeds gedurende vele jaren her en der in de Verenigde Staten staan opgeslagen en dan naar een centrale overslagplaats in California worden gebracht om van daaruit in containers verscheept te worden naar ondermeer Antwerpen. Door het ontdekken van dit fenomeen, volgen de meldingen mekaar de voorbije twee jaar in versneld tempo op (september 2008, februari-april-augustus-september 2009). De recentste melding dateert van maart 2010.

Risico’s

Zwarte weduwen zijn niet agressief naar mensen toe en voorkomende gevallen van beten zijn steeds het gevolg van situaties waarin de spin geklemd raakt tussen bvb. kledij en de menselijke huid. De gevolgen van een Latrodectus-beet met gifinjectie zijn echter ernstig. Vooral jonge kinderen, ouderen en mensen met hartziekten lopen een verhoogd risico. Ook voor gezonde volwassenen zijn de gevolgen van een Zwarte weduwenbeet extreem pijnlijk en belastend voor het lichaam. Het gif van Latrodectus (a-latrotoxine) is immers een krachtige neurotoxine met uitgesproken systemische effecten. Antigif kan nog succesvol worden toegediend tot 4 dagen na de beet.

Onlangs besliste Vlaams Minister voor Volksgezondheid Van Deurzen om de huisartsen in de wijde omgeving van de havens in te lichten over de symptomen van een Latrodectus-beet. Dat gebeurde ondertussen, alsook de aankoop van antiserum door het Belgische Antigifcentrum.

Speculatie

Kans op inburgering?

De meningen lopen uit mekaar wat betreft de kans dat zwarte weduwen zich ooit in ons land zouden kunnen vestigen. Het feit dat dat tot nu toe nog niet massaal gebeurde, betekent mogelijk dat de klimaatsomstandigheden (nog) ongeschikt zijn voor een dergelijke inburgering. De combinatie van kou en vochtigheid zou zulks onmogelijk maken (dr. Rudy Jocqué, KMMA). Toch blijft het opvolgen van deze invoer en de reactie van de spin hierop een noodzaak. Sommige elementen, zoals de synantrope levenswijze (=leven in de menselijke omgeving) van de Amerikaanse (Latrodectus mactans) en Australische zwarte weduwe (Latrodectus hasselti), de herhaalde invoer en de grootte van de spinnen, nopen tot alertheid.

ARABEL maakte de politieke verantwoordelijken attent op deze problematiek in het kader van een vraag tot ruimere monitoring van ongewenste invoer van exotische organismen via de havens. Ook het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) werd hierbij ingeschakeld.

Advies van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek:

Europese spin van het Jaar 2008 – 3 huisspinnen (Grijze Huisspin, Gewone Huisspin en Grote Huissspin)

23/07/2008 | Spin van het jaar

Gewone Huisspin_R. Louvigny_09_det
Gewone Huisspin: opwaartse pijltjes (foto: R. Louvigny)

Grijze Huisspin_B. Goethals_02_det
Grijze Huisspin: ruitvormen (foto: B. Goethals)

Grote Huisspin_R. Louvigny_01_det
Grote Huisspin: lichte puntvlekken (foto: R. Louvigny)

Iedereen kent ze: de grote donkere harige spinnen die we af en toe in de badkuip of de wasbak vinden. Door hun grootte en het contrast tegen de witte ondergrond, lokken ze bij veel mensen een sterke angstreactie uit. Het zijn de Huisspinnen, die nochtans geen enkel gevaar vormen voor de mens. Toch brengt juist de confrontatie met deze spinnensoorten ernstige schade toe aan de relatie tussen mens en spin.

Reden temeer, vond de jury, om de Huisspin te verkiezen tot Europese Spin van het Jaar 2008. Hiermee wil men extra aandacht geven aan de typische irrationele angst van mensen voor deze achtpotige dieren. De verkiezing van een Spin van het Jaar werd in het leven geroepen om mensen een andere kijk op spinnen te bieden en hopelijk een interesse op te wekken, of er tenminste voor te zorgen dat mensen deze nuttige diertjes beter leren kennen.

Probleem

Het is al voor de derde keer dat dit initiatief op Europese schaal doorgaat. Die grote oppervlakte zorgde dit jaar voor een probleem. Er zijn immers meerdere soorten Huisspinnen en geen enkele ervan blijkt voor te komen in alle deelnemende landen. Daarom heeft de organisatie beslist dat ieder deelnemend land een huisspinsoort mag kiezen die ter plaatse leeft.

Drie “missen” verkozen

De Belgische Arachnologische Vereniging ARABEL is ambitieus en heeft ervoor gekozen om de drie algemeenste Huisspinsoorten van ons land aan de bevolking voor te stellen. Die keuze vertelt meteen dat een Huisspin nooit zomaar een Huisspin is. Zonder het te weten ontmoeten mensen verschillende soorten in huis. Die zijn bvb. niet allemaal even groot en dat zorgt er waarschijnlijk voor dat sommigen denken dat de Huisspinnen het ene jaar groter zijn dan het andere. Dat is meestal niet zo, maar men heeft dan gewoon een andere – grotere of kleinere – soort gezien.

Tijd voor een voorstelling van de drie “missen”:

  • De kleinste van de drie soorten, is de Grijze Huisspin (Tegenaria domestica). Gemeten van de kop tot aan de achterkant van het achterlijf (dus de poten niet meegerekend), wordt deze soort tot 10mm groot. Zoals de naam zegt, is ze meestal grijs van kleur.
    De drie soorten hebben elk een andere rugtekening op het achterlijf, zoals je kan zien op de vergelijkende foto’s hieronder. Daarop zijn steeds de twee delen van het spinnenlichaam te zien, nl. het kopborststuk bovenaan en het achterlijf onderaan. De achterlijftekening van de Grijze Huisspin bestaat op de achterste helft uit lichter gekleurde ruitvormige figuurtjes. Zij heeft wel de meest onduidelijke tekening van de drie. De poten van deze soort zijn relatief korter dan die van de grotere soorten. Voor de Grijze Huisspin mag er best wat stof liggen. Je vindt haar bvb. dikwijls in garages.
  • De middelste van de drie, maar al van aanzienlijke grootte, is de Gewone Huisspin (Tegenaria atrica). De vrouwtjes van deze soort worden tot 16mm groot. Zij is ook het donkerst gekleurd van de drie, maar nooit echt zwart zoals mensen vaak beweren. Donkerbruin is ze, met een duidelijke lichtere tekening op het achterlijf, weer met andere figuren dan die van de andere twee. Deze soort is ook vaak te vinden aan de buitenkant van huizen, in tuinhuisjes, tussen houtblokken voor de open haard enz.
  • De reus onder de Belgische Huisspinnen heet niet toevallig de Grote Huisspin (Tegenaria parietina). De lichaamslengte van de vrouwtjes gaat tot 20mm, maar de mannetjes hebben veel langere poten dan de vrouwtjes, waardoor ze er voor vele mensen griezeliger uitzien. De poten van een volwassen mannetje kunnen elk wel 7 cm lang worden! Het lichaam blijft echter onder de 18mm. Mensen denken vaak dat ze een uitheemse spin hebben gezien wanneer ze zo’n mannetje tegen het lijf liepen. Het kleine lichaam onderscheidt deze spin dikwijls van grote exotische spinnen met even lange poten. Je kan deze soort gemakkelijk van de andere onderscheiden door de twee lichtere puntvlekken in het midden van het achterlijf. De lichtere vlekken vooraan ontbreken soms, maar de puntvlekken zijn er altijd en ontbreken bij de andere soorten. Hoewel ook buiten te vinden, verkiest deze spin toch de beschutting van garages, kelders of zolders.

Zeg nooit zomaar “Huisspin”

Zoals je aan de wetenschappelijke namen kan zien, behoren Huisspinnen tot het geslacht Tegenaria. In ons land komen 9 soorten voor uit dit geslacht. Niet alle soorten leven in de omgeving van mensen. Sommige leven bij voorkeur in bossen of aan de stenen van steengroeves en rotsen. Wereldwijd komen zo’n 130 soorten Tegenaria’s voor. Ongeveer 70 ervan werden gevonden in Europa.

IJverige opruimers

Huisspinnen weven horizontale, matachtige webben. In gebouwen vind je die vaak in hoeken van kamers of aan vensters. De spin maakt ook een trechtervormige schuilplaats. Daarin brengt deze nachtactieve spin de meeste tijd door. Als een insect of pissebed in haar web belandt, voelt de Huisspin de trilling van haar web. Bliksemsnel loopt ze naar de prooi en bijt, waarbij ze tegelijk gif injecteert. Kleine prooien worden meteen opgepakt en meegenomen naar de schuilplaats. Als het om grote of gevaarlijke prooien gaat zoals bvb. wespen, zal de spin herhaaldelijk bijten en direct weer loslaten.
Bij elke beet injecteert ze echter gif, zodat zelfs taaie prooien er het loodje bij leggen. In tegenstelling tot de meeste inheemse spinnensoorten, kunnen Huisspinnen meerdere jaren oud worden. Voor zo’n grote soorten vraagt het langer om volwassen te worden en door hun voorkeur voor gebouwen zijn ze ook beter beschut tegen de winterkou. Sommige exemplaren zouden vijf jaar en ouder worden.

Spinnenangst

De indrukwekkende spanwijdte van de poten van de Huisspin, boezemt nogal wat mensen angst in. Nochtans zijn deze reuzen ongewoon zachtaardig tegenover de mens. Tijdens experimenten slaagden onderzoekers er niet of met de allergrootste moeite in om zich door deze spinnen te laten bijten. In de weinige gevallen waarin het lukte, had de beet geen vermeldenswaardig effect.
Mensen met arachnofobie weten dit, maar zijn er niet door gerustgesteld. Een fobie is dan ook bij uitstek een irrationele angst, die dus niet veroorzaakt is door een reëel gevaar. Arachnofobie is een psychische aandoening, waarbij vermijdingsgedrag de patiënt bevestigt en vaak versterkt in zijn angst. Behandeling van deze fobie is er dan ook op gericht deze vicieuze cirkel te doorbreken en de patiënt onder begeleiding aan den lijve te laten ervaren dat er geen reden tot paniek is. Arachnofobie is niet hetzelfde als spinnenangst. Een heel groot gedeelte van de bevolking heeft een vorm van angst voor spinnen zonder dat er sprake is van een fobie. De moderne psychologie kent veel oorzaken en verklaringen voor deze angst.

Spin in bad!

Veel mensen geloven nog steeds dat spinnen in bad belanden via de afvoer. Dat is echter niet het geval. In de herfst worden de mannelijke Huisspinnen volwassen en verlaten dan hun web om op zoek te gaan naar een vrouwtje. Bij die zoektocht lopen ze vaak rond in huis en belanden zo ook wel eens in de badkuip. Omdat ze hier niet uitraken omwille van de gladde wanden, vinden we hen ’s morgens nog steeds op die plek.
Een in het bad gestrande Huisspin ontzet je best door er een glas over te zetten en er dan een bierviltje onder te schuiven. Ze met de hand opnemen kan ook, maar daarbij loop je het risico dat je de spin verwondt. Door de spin zo te verwijderen red je haar niet alleen van een gewisse dood, maar zorg je meteen ook voor het behoud van een belangrijke schakel in het ecologisch systeem in en om je huis. Mensen vergeten immers nogal eens makkelijk dat huisbewonende spinnen de enige diergroep vormen die consequent komaf maakt met insecten in onze huizen.
Bedenk daarbij dat er tussen die insecten verschillende potentiële ziekte-overbrengers zijn (zoals vliegen, muggen, kakkerlakken,…) en je gaat deze “lelijke diertjes” mogelijk toch al eens door een andere bril bekijken.

Tekst: Peter Jäger & Koen Van Keer

>