ARABEL

Belgische Arachnologische Vereniging

Europese spin van het jaar 2023

19/01/2023 | Nieuws

De Grote spoorspin (Cheiracanthium punctorium) behoort tot de familie van de spoorspinnen (Cheiracanthiidae). Wereldwijd telt deze familie 363 soorten. 35 daarvan komen voor in Europa en in België zijn er 5 soorten inheems en één exotische soort is zich sterk aan het inburgeren. Meer info kan je hier vinden!

Europese Spin van het jaar 2023

18/01/2023 | Europese spin van het jaar

Grote spoorspin, Cheiracanthium punctorium (Villers, 1789)

De Grote spoorspin behoort tot de familie van de spoorspinnen (Cheiracanthiidae). Wereldwijd telt deze familie 363 soorten. 35 daarvan komen voor in Europa en in België zijn er 5 soorten inheems en één exotische soort is zich sterk aan het inburgeren.

Heel zeldzaam

De Grote spoorspin komt verspreid voor van Europa tot Centraal-Azië. In Centraal-Europa is ze vooral te vinden op vlaktes en voorgebergtes tot 800 meter boven zeeniveau. De soort leeft doorgaans in kruidenvegetaties van warme, open habitats, maar ook in de lagere regionen van de struiklaag daar, kan je ze aantreffen. Ook in meer natte zones van extensieve graslanden is ze te vinden.

In de 19de eeuw kwam de Grote spoorspin nog relatief verspreid in België voor, maar dan is ze gedurende ongeveer een eeuw niet meer gevonden, tot ze in 1985 terug werd aangetroffen in het zuidelijkste puntje van België, het dorpje Torgny. Dat plaatsje was gedurende de voorbije 35 jaar ook de enige vindplaats van de Grote spoorspin in België. Recent werd een relatief betrouwbare melding gedaan van een tweede vindplaats, ook in het uiterste zuiden van ons land, maar die moet nog geverifieerd worden door de arachnologen van de Belgische Arachnologische Vereniging ARABEL.

Hoe dan ook is de Grote spoorspin één van onze zeldzaamste Belgische spinnensoorten. In de Vlaamse Rode Lijst staat ze genoteerd als “uitgestorven”.

Beschrijving

De lichaamslengte van de Grote spoorspin bedraagt tussen 10 en 15mm voor de vrouwtjes (foto 1) en van 8 tot 12mm voor de mannetjes (foto 2). Het kopborststuk is groenachtig bruin (foto 3), maar kan soms ook volledig oranje tot rood zijn. De robuuste en lange monddelen hebben een rode basis en de giftanden zijn zwart. Het bleekgele achterlijf vertoont vaak een donkere hartvlek die tot over de helft van het achterlijf kan reiken, maar die ook volledig afwezig kan zijn.

De gelige poten eindigen in een donkere punt. Het eerste potenpaar is opvallend langer. Een kenmerk dat je kan gebruiken om het genus Cheiracanthium makkelijk te onderscheiden van bv. de zakspinnen van het genus Clubiona.

Muur slopen en dan paren

Deze vooral nachtactieve spinnen bouwen geen web om prooien te vangen. Zij besluipen hun slachtoffer en verschalken dat dan via een giftige beet. Dankzij zijn aanzienlijke en krachtige gifkaken, kan de Grote spoorspin ook grote insecten overmeesteren zoals sprinkhanen of zelfs bidsprinkhanen. Overdag brengt de spin door in een koepelvormige gesponnen schuilplaats, doorgaans in lagere vegetatie of zelfs onder stenen. Je kan ze vinden in ongebruikte open biotopen, vooral in hogere grassen en ruigtekruiden. Maar ook in open plekken in het bos, braakland en weides, alsook langs paden en dijken of spoorwegbermen.        

In de zomer maken de bijna volwassen vrouwtjes met samengebonden bladeren en grashalmen een erg opvallende broedcocon die de grootte van een kippenei kan hebben (foto 4). Vlak naast de broedkamer spint het volwassen mannetje een zijden schuilplaats. Van zodra het vrouwtje haar laatste vervelling heeft doorgemaakt en dus volwassen is, doorbreekt het mannetje de wand tussen de twee ‘kamers’ en kan er gepaard worden. In augustus legt het vrouwtje dan 80 tot 300 eitjes in de cocon. In deze periode gaan de vrouwtjes de cocon agressief verdedigen.

Foto 4: broedcocon bestaande uit aan elkaar vastgesponnen grashalmen (© Kai Martin)

Drie à vijf weken later komen de jongen uit het ei en verlaten het nest midden september tot begin oktober. Ze overwinteren in zelfgesponnen schuilplaatsen laag bij de grond. Deze hebben een diameter van ongeveer 5mm.    

Moeder bijt van zich af

De Grote spoorspin is één van de weinige Belgische spinnen die mensen een beet kan toebrengen met enig significant effect. Dat zal ze dan veelal doen wanneer je haar broedcocon opent of natuurlijk wanneer je haar vastneemt. Doordat de soort zo zeldzaam is in België en omdat ze zo verborgen en ver van menselijke bebouwing leeft, is de kans om als Belg een beet op te lopen, quasi onbestaande.

Wanneer het toch gebeurt, veroorzaakt de beet onmiddellijk een intens brandend gevoel dat het sterkst is na 5–20 minuten en dat verschillende uren voelbaar kan zijn. Het effect is vergeleken met de pijn bij een wespensteek. Het gif kan verder symptomen veroorzaken als matige lokale zwelling, roodheid, jeuk, misselijkheid en lichte koorts. Weefselschade wordt niet veroorzaakt. Indien het nodig lijkt, is een bezoek aan een arts aangeraden.

Te verwarren met… een exotisch neefje

De Grote spoorspin is relatief makkelijk te onderscheiden van verwante soorten in Centraal-Europa door zijn opvallende kleur en grootte. Relatief recent burgert zich een ingevoerde spoorspinsoort in bij ons, nl. de Gele spoorspin (Cheiracanthium mildei) (foto 5). Zij kan ook wat groter worden dan de andere inheemse spoorspinnen, maar is toch nog kleiner en ook anders gekleurd dan de Grote spoorspin. De Gele spoorspin is wél regelmatig te vinden in de omgeving van menselijke bebouwing.

Foto 5: Gele spoorspin (Cheiracanthium mildei, © Richard Louvigny).

Waarom werd de Grote spoorspin verkozen als Europese spin van het jaar?

Enerzijds is het de eerste keer dat een lid van deze familie verkozen wordt, anderzijds wordt de spin regelmatig in de media opgevoerd als ‘medisch significante’ soort. Meestal echter zijn gerapporteerde gevallen van beten enkel gebaseerd op veronderstellingen en dus is het belangrijk om juiste informatie over de soort te verspreiden, zodat ongefundeerde angst kan vermeden worden.

Met deze keuze van een Europese spin van het jaar, willen we niet alleen een ‘onpopulaire’ diergroep promoten en de aandacht vestigen op belangrijke bedreigde habitats, in dit geval open droge landschappen als extensieve weides en graslanden, maar tegelijk hopen we dat meer waarnemers oog zullen hebben voor de gekozen soort en deze melden. Die nieuwe verspreidingsinformatie kan voor verschillende doeleinden nuttig zijn.

Ga dus gerust op zoek naar deze intrigerende soort en meldt eventuele waargenomen exemplaren door ze te fotograferen en in te voeren op de meldingssite van Natuurpunt: www.waarnemingen.be.

De Europese Spin van het Jaar wordt verkozen door 84 arachnologen uit 27 Europese landen. De coördinatie van de stemming gebeurt door het Naturhistorisches Museum Wien, samen met het ‘Arachnologisches Gesellschaft’ (AraGes) en de European Society of Arachnology (ESA).

Voor België is het de Belgische Arachnologische Vereniging ARABEL die de organisatie op zich neemt.

 
Christoph Hörweg & Koen Van Keer

Foto van de maand (December 2022)

12/12/2022 | Foto van de maand

Spinnen hebben uiteenlopende strategieën om de koude winter te overleven, sommige soorten overwinteren in het ei-stadium, andere als juveniel en nog eens andere blijven als adult actief doorheen de winter. Vrouwelijke kruisspinnen (Araneus diadematus) leggen in september-oktober een eicocon af in een beschutte plaats (onder schors, tussen takken) waarna het vrouwtje sterft. De eitjes overleven de winter binnenin de eicocon en komen uit in de lente. Een variant hierop vind je terug bij de wespspin (Argiope bruennichi), bij deze soort wordt ook een eicocon afgelegd, maar de eitjes komen al snel na het afleggen uit, de juvenielen blijven in de eicococon totdat het weer warmer wordt! Heel wat soorten wolfspinnen brengen de winter door als subadult in de strooisellaag of lage vegetatie. Ze passen zich aan de lage temperatuur aan door in diapause te gaan en beschermen zichzelf met een soort van antivries. Sommige andere soorten blijken weinig last te hebben van de koude en blijven zelfs actief webben bouwen. Zo kan je de webben van de venstersectorspin (Zygiella x-notata) doorheen de winter blijven spotten, zelfs bij vriestemperaturen!

Foto van de maand (September 2022)

26/09/2022 | Foto van de maand

Zoropsis spinimana (©Bart Lutin-Smet, Arabel Beeldbank)
Zoropsis spinimana (© Jan Bosselaers)

De Valse wolfspin, Zoropsis spinimana (Dufour, 1820), heeft de laatste tijd voor wat beroering gezorgd na enkele artikels in de (buitenlandse) pers die wijzen op de buitengewone giftigheid en de aggressiviteit van de soort. De heldere tussenkomst van objectieve arachnologen brachten gelukkig snel de feiten aan het licht (Interview met Koen Van Keer). Net zoals bijna alle andere spinnen is de valse wolfspin inderdaad giftig, maar het gif vormt geen bedreiging voor mensen. Bovendien is de spin helemaal niet zo agressief en blijft een beet zeldzaam als het dier zich niet in het nauw gedreven voelt. Vanwaar de plotse aandacht dan? Deze soort werd waarschijnlijk ingevoerd vanuit het Middelandse Zeegebied en werd voor het eerst gespot in de omgeving van Gent in 2004. Door de steeds warmere zomers en winters kent de valse wolfspin de laatste jaren vermoedelijk een opmars want er worden steeds grotere aantallen gerapporteerd. Het is bovendien zeker geen kleine soort (tot 2 cm) en ze houdt zich vaak in de nabijheid van huizen op, wat de kans op een toevallige ontmoeting ook waarschijnlijker maakt. Het lijkt er dus op dat de spin bekender wordt bij het grote publiek en dit nieuwsgierigheid maar ook spinnen-angst veroorzaakt. Het is aan de spinnen-liefhebbers om de balans te laten doorslaan naar nieuwsgierigheid!

Trouwens, de naam “valse wolfspin”, heeft niets te maken met het karakter van het dier, maar slaat op het feit dat de soort lijkt op een wolfspin (familie Lycosidae), maar eigenlijk behoort tot een andere familie, de Zoropsidae.

Foto van de maand (Augustus 2022)

19/08/2022 | Foto van de maand

Heliophanus sp. [cf. cupreus] (ARABEL beeldbank/ ©Pierre Oger)

Springspinnen zijn uitzonderlijke jagers, ze gebruiken hun grote ogen met scherp zicht om hun prooi te verschalken. Maar er is nog iets speciaals aan de hand met het springspin-oog, in tegenstelling tot mensen kunnen springspinnen UV-licht zien. De schubben op het lichaam of zelfs bepaalde lichaamsdelen reflecteren of fluoresceren in UV-licht. Dit visueel hoogstandje speelt een belangrijke rol bij seksuele selectie, als een filter wordt gebruikt die het UV-licht blokkeert, dan vertonen mannetjes én vrouwtjes significant minder paringsgedrag. Een voorbeeld van UV fluorescentie kan je terugvinden bij Heliophanus soorten, de gele palpen van het vrouwtje lichten sterk op onder een UV-lamp (zie video)!

Foto van de maand (Maart 2022)

29/03/2022 | Foto van de maand

Erigone sp. met tiptoe-gedrag, zijdedraden (foto: © Richard Louvigny en Bram Vanthournout).

Mistig weer is ideaal om webben of zijdedraden van spinnen te spotten! De dauwdruppels maken het mogelijk om de anders zo goed als onzichtbare spindraden duidelijk merkbaar te maken. Deze draden zijn het resultaat van heel opmerkelijk spinnengedrag. Op warme, zonnige dagen met net genoeg wind verplaatsen spinnen zich niet te poot, maar kunnen ze vliegen! Ze zoeken een hoger gelegen punt, gaan op gestrekte poten staan (“tiptoe”) en gebruiken het elektrisch veld van de Aarde en de opstijgende warme lucht om een zijden draadje met de wind te laten meedrijven. Op die manier worden ze met de wind meegevoerd, dit heet ballooning. Vaak blijft het echter bij proberen en wordt de lanceerprocedure vroegtijdig afgebroken. Het resultaat van die probeersels zijn honderden spinnendraden op weidepalen, prikkeldraad, gras, …

Europese spin van het jaar 2022

21/01/2022 | Europese spin van het jaar

Trommelwolfspin, Hygrolycosa rubrofasciata (Ohlert, 1865)

De Trommelwolfspin, Hygrolycosa rubrofasciata (Ohlert, 1865) (fotos 1-3), behoort tot de familie van de wolfspinnen (Lycosidae). Wereldwijd telt die familie 2440 soorten. In Europa zijn 352 soorten aangetroffen, waarvan 47 ook in België. Het genus Hygrolycosa bevat slechts 5 soorten wereldwijd en twee in Europa, waarvan Hygrolycosa strandi enkel in Griekenland gevonden wordt. De Trommelswolfspin is dus de enige vertegenwoordiger van deze groep voor heel Centraal-Europa.

Trommelwolfspin vrouwtje in vochtig habitat ©Arno Grabolle (foto 1)

Bedreigde soort

De Trommelwolfspin komt verspreid voor in het Palearctisch gebied. In Centraal-Europa is het een typische soort van vlaktes en voorgebergten (tot 800 m boven zeeniveau). In Oostenrijk bijvoorbeeld, is het één van de zeldzaamste soorten met slechts enkele waarnemingen uit Vorarlberg, Styrië en Burgenland. De vondsten zijn steeds gedaan in het typische habitat van de soort. Dat is alleszins vochtig en de Trommelwolfspin wordt dus enkel gevonden in (semi-)natuurlijke plaatsen als veen, moeras, natte weilanden of vochtige (vallei-)bossen. Omwille van de toenemende bedreiging en vernietiging van verschillende van deze habitats, wordt de Trommelwolfspin in veel Rode Lijsten van bedreigde plant- en diersoorten opgenomen. Zo kreeg ze de status van ‘met uitsterven bedreigd’ in Oostenrijk en ‘bedreigd’ in Duitsland en België.

In België heeft de Trommelwolfspin een uitgesproken ‘oostelijke’ verspreiding. Van West-Vlaanderen is welgeteld één geverifieerde vindplaats bekend (Houthulst). Van Oost-Vlaanderen zijn er twee niet-geverifieerde meldingen. Het zwaartepunt van de verspreiding ligt duidelijk in het noordoosten van ons land (zie verspreidingskaart ARADAT). Daar zijn vooral vochtige heideterreinen met voldoende droog bladafval (vaak berkenbladeren) niet zelden de geliefkoosde habitat.

Verspreiding Trommelwolfspin in januari 2022 volgens ARADAT (Oost-Vlaamse waarnemingen gemeld via waarnemingen.be)

Seksuele verschillen

De lichaamslengte van de Trommelwolfspin bedraagt 5 à 6 mm. Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes is niet zozeer af te leiden uit een verschil in grootte (bij veel spinnen is het vrouwtje groter), maar eerder uit een verschil in kleur en tekening. De mannelijke spin is donkerder van kleur. Het kopborststuk heeft drie vage blekere lengtestrepen. Het achterlijf is meestal donkerbruin, maar soms ook lichter (foto 2 & 3), met vier lengtestrepen die bestaan uit min of meer verbonden witte vlekjes. De poten zijn tweekleurig zwart-lichtbruin. De vrouwtjes hebben een lichtbruin tot groenig kopborststuk met twee donkere lengtebanden en twee smallere vlekkenrijen. Het achterlijf is ook bleekgekleurd en de poten zijn bleek met duidelijke donkere vlekken (foto 1).  

Trommelwolfspin mannetje © Gilbert Loos en Ludwig Jansen (foto 2 en 3).

Liefdestrommel

Zoals de meeste wolfspinnen, bouwt de Trommelwolfspin geen web, maar vangt ze haar prooi vooral overdag door passerende insecten te overvallen of zelfs kort te achtervolgen. 

Tijdens het paarseizoen in de lente trommelen de mannetjes met hun achterlijf op droge bladeren, waarbij ze een geluid produceren dat zelfs voor de mens hoorbaar is als een ‘snorrend’ trommelgeluid (voorbeeld van opname: https://waarnemingen.be/sounds/123023/). Logischerwijs heeft de soort hieraan haar Nederlandse naam te danken. De vrouwtjes horen het geroffel via speciale organen (‘slit sensilla’) die enkel bij spinachtigen voorkomen. Onderzoek toonde aan dat mannetjes die het meest trommelen uiteindelijk de voorkeur krijgen van de vrouwtjes.

Na de paring maakt het vrouwtje een eicocon die zo’n 60 eitjes bevat. Vrouwelijke wolfspinnen staan bekend voor hun zorgzame broedgedrag. Ze dragen de eicocon mee aan de spintepels achteraan het achterlijf. Nadat de jongen zijn uitgekomen, klimmen die op de rug van hun moeder, die ze ook nu weer overal met zich meedraagt. De jongen van de Trommelwolfspin doen hier vreemd genoeg iets anders: zij klampen zich niet vast aan de rug van de moeder, maar wel aan de lege eicocon. Mogelijk is dit een aanpassing aan de vochtige habitats waarin ze leven. Het spinsel van de eicocon zou meer waterafstotend zijn dan het achterlijf van het vrouwtje en daarom zou het voor de jongen interessanter kunnen zijn om op de lege cocon te zitten.

Volwassen trommelwolfspinnen kunnen gevonden worden van maart tot november. Mannetjes sterven doorgaans na de paring, maar vrouwtjes overleven vaak nog de winter.

Verwante soorten

In (Centraal) Europa is de Trommelwolfspin de enige soort van haar genus en ze is -bij nader toekijken en zeker bij vergroting onder een loep- redelijk goed te identificeren op basis van haar kleur en tekening. Onervaren waarnemers kunnen haar mogelijk wel verwarren met de Gewone stekelpoot (Zora spinimana, familie Miturgidae), die in vergelijkbare habitats wordt gevonden (foto 4).   

Gewone stekelpoot (Zora spinimana) © Ludwig Jansen (foto 4)

Waarom werd de Trommelwolfspin verkozen als Europese spin van het jaar?

Deze sterk bedreigde soort, die in landen als Oostenrijk bijna is uitgestorven, moet onze aandacht vestigen op de effecten van het verdwijnen van haar habitat, in dit geval het verdrogen van veen. Dit is bijzonder relevant in het kader van de klimaatverandering, onder meer omdat aangetoond is dat venen erg belangrijk zijn voor koolstofopslag.

Daarnaast is het natuurlijk gewoon bijzonder en vreemd tegelijk om een spin effectief te horen drummen. Ook het afwijkende gedrag van de pas uitgekomen jongen, namelijk het feit dat ze zich vastklampen aan de lege cocon ipv aan hun moeder, is het noteren waard. 

Met deze keuze van een Europese spin van het jaar, willen we niet alleen een ‘onpopulaire’ diergroep promoten en de aandacht vestigen op belangrijke bedreigde habitats, maar tegelijk hopen we dat meer waarnemers oog zullen hebben voor de gekozen soort en deze melden. Die nieuwe verspreidingsinformatie kan voor verschillende doeleinden nuttig zijn.

Ga dus gerust op zoek naar deze intrigerende soort en meldt eventuele waargenomen exemplaren door ze te fotograferen en in te voeren op de meldingssite van Natuurpunt: www.waarnemingen.be.

De Europese Spin van het Jaar wordt verkozen door 84 arachnologen uit 27 Europese landen. De coördinatie van de stemming gebeurt door het Naturhistorisches Museum Wien, samen met het ‘Arachnologisches Gesellschaft’ (AraGes) en de European Society of Arachnology (ESA).

Voor België is het de Belgische Arachnologische Vereniging ARABEL die de organisatie op zich neemt.

Christoph Hörweg & Koen Van Keer

Foto van de maand (December 2021)

31/12/2021 | Foto van de maand

Enoplognatha ovata (Clerck, 1757) met prooi en eicocon (fotos: ©Bram Vanthournout).

De Gewone tandkaak (Enoplognatha ovata, of E. latimana want deze soorten kunnen enkel onderscheiden worden door genitaal-onderzoek) maakt een ijl web onder bloemen waar ze in een hinderlaag wacht op insecten die aangetrokken worden tot de nectar. Hoewel het een bijna breekbare spin lijkt met lange, dunne poten kan ze verrassend grote prooien zoals zweefvliegen aan! Je kan ze terugvinden in drie verschillende kleurvormen: volledig wit/geel, met twee rode strepen of met een grote rode vlek op de rug. Op het eind van de zomer legt het vrouwtje een blauwe eicocon in een zelf opgerold blad die ze bewaakt totdat de jongen uitkomen!

Foto van de maand (November 2021)

10/11/2021 | Foto van de maand


Araneus diadematus (Clerck, 1757) met duidelijk kruispatroon (foto: ©Bram Vanthournout en Ludwig Jansen).

De kleur bij de kruisspin (Araneus diadematus) wordt geproduceerd door twee verschillende mechanismen: de achtergrondkleur wordt bepaald door de hoeveelheid van een donker pigment. Het typerende kruis ontstaat doordat kleine guaninekristallen het licht sterk reflecteren en zo een helder witte kleur produceren. Hierdoor kan je kruisspinnen in verschillende kleuren terugvinden, van heel lichte tot heel donkere individuen.

>