ARABEL

Belgische Arachnologische Vereniging

Spin van het jaar 2021

18/01/2021 | Europese Spin van het jaar

Gevorkte spinneneter, Ero furcata (Villers, 1789)

De Gevorkte spinneneter, Ero furcata (Villers, 1789), behoort tot de familie met de toepasselijke naam Spinneneters (Mimetidae). Wereldwijd telt deze spinnenfamilie 154 gekende soorten. Daarvan leven er tien in Europa, waaronder negen van het genus Ero. Ero furcata leeft vooral in Centraal Europa, samen met drie andere soorten van dit genus, die bovendien ook alle in België voorkomen: Ero aphana (Vierspitsspinneneter), E. cambridgei (Cambridges spinneneter) en E. tuberculata (Grote spinneneter).

Foto 1: Gevorkte spinneneter (Ero furcata), vrouwtje (ARABELbeeldbank / ©Gilbert Loos)
Foto 2: Gevorkte spinneneter (Ero furcata), mannetje (ARABELbeeldbank / ©Gilbert Loos)

De Gevorkte spinneneter is aanwezig in de gehele Palearctische regio. In Centraal Europa wordt de soort veelal gevonden op vlaktes en aan de voet van heuvellandschappen (tot een hoogte van 800 m boven zeeniveau), maar in berggebieden kan ze tot op 1.500 m worden aangetroffen. In Oostenrijk zijn er zelfs meldingen van puinhellingen tot op 2.000 m boven zeeniveau. De typische habitat van de Gevorkte spinneneter in de natuur, is de bodem van verschillende bostypes, maar ook wel onderaan (of soms zelfs al op zekere hoogte van) boomstammen. Daarnaast is de soort te vinden in struiken en warme plekken in bosranden. In meer verstedelijkte gebieden wordt de soort echter ook vaak gevonden op braakgronden, in parken en zelfs particuliere tuinen. De Gevorkte spinneneter wordt niet beschouwd als bedreigd.

Bultenaar

Het lichaam (poten niet meegeteld) van de Gevorkte spinneneter meet 2,5–3 mm bij de mannetjes (foto 2) en 4,5–4,8 mm bij de vrouwtjes (foto 1). Het kopborststuk is hoger in het midden en lichtbruin met een kenmerkende zwarte tekening. Het achterlijf is kort en afgerond, ook lichtbruin tot geel van kleur met donkere vlekken en twee stompe bulten nabij de voorkant. De poten hebben meestal duidelijke ringtekeningen en de twee voorste potenparen zijn langer dan de andere.

Foto 3: Spinneneter en eicocon in web van overmeesterde Koffieboonspin (Steatoda bipunctata, zichtbaar op de foto) (ARABELbeeldbank / ©Cor Kuijpers)

Een spin die spinnen eet

De spinneneter voedt zich -zoals zijn naam zegt- enkel met andere spinnen, doorgaans soorten die een web weven. De spin van het jaar bouwt zelf geen web, maar betreedt bewust de webben van voornamelijk kogelspinnen (foto’s 3 & 4) als de avond valt of ’s nachts. Daar begint ze dan kundig op de draden te tokkelen en bootst zo een prooi na die in het web verstrikt is. Als de eigenaar van het web dan dichterbij komt, wordt hij door de lange voorpoten van de Gevorkte spinneneter dichterbij getrokken en zelf in een poot gebeten. Daarbij injecteert de spinneneter bliksemsnel wat gif en laat de verbouwereerde kogelspin dan direct terug los. Kogelspinnen zijn immers op zich ook efficiënte ‘killers’ en dus potentieel gevaarlijk voor de spinneneter. De spinneneter laat dan even het gif zijn werk doen en kan na enkele seconden al veilig het slachtoffer benaderen en leeg zuigen langs het gaatje dat hij maakte bij de eerste beet.

Foto 4: Spinneneter, etend van Prachtkogelspin (Parasteatoda lunata) (ARABELbeeldbank / ©Ludwig Jansen)

‘Mooiprater’

Bij de algemene Herfstspin gaat de spinneneter nog wat sluwer te werk: daar tokkelt hij op een draad van het web van een vrouwtjes, op dezelfde manier als een mannelijke Herfstspin dat zou doen. Het vrouwtje komt dus dichterbij in de veronderstelling dat ze daar een minnaar zal aantreffen, terwijl ze een gewisse dood tegemoet loopt. Dit is een erg gespecialiseerde en uiterst zeldzame jachtstrategie bij spinnen.

Druppel aan een stokje

Overdag zit de gevorkte spinneneter met ingetrokken poten verstopt onder bladeren of twijgjes en is daardoor moeilijk te ontdekken. Je zal dan ook eerder zijn typische eicocon tegenkomen, die in de nazomer gemaakt wordt. Die heeft een druppelvorm van ongeveer 4 mm diameter en is opgebouwd uit verschillende zijdelagen. De binnenste is een dun wit laagje dat bestaat uit fijne draden, de draden van de middelste laag zijn dikker en sterker en zijn strak tegen de binnenste laag geplakt. De buitenste laag tenslotte heeft kroezige draden die als prikkeldraad over de cocon gesponnen zijn. Doorgaans wordt de eicocon onder een uitsteeksel, blad of twijg gehangen aan het uiteinde van een dunne, steelvormige draad van ca. 15 mm lang (foto 5). Door de eicocon op die manier te hangen, blijft hij uit de onmiddellijke nabijheid van een aantal potentiële eirovers, maar het beschermt de eieren toch niet tegen bepaalde sluipwespen die door parasitisme tot 40% van alle cocons kunnen aantasten. Meestal bevat een eicocon maar 6 à 8 eieren. De jongen komen uit na in de cocon te hebben overwinterd. Tegen het einde van de lente zijn ze volwassen en spinnen dan hun eigen eicocon, waar al in de zomer weer jongen uit kruipen. Hierdoor kan de Gevorkte spinneneter het hele jaar gevonden worden.

Foto 5: Eicocon spinneneter (ARABELbeeldbank / ©Paul & Marianne Wouters-Horemans)

Andere Belgische spinneneters

Ons land kent nog drie andere, wat meer zeldzame spinneneter-soorten. Ze hebben alle een vergelijkbare levenswijze.

Cambridges spinneneter (foto 6) heeft ook twee bulten op het achterlijf. Deze soort kan gedurende het hele jaar worden gevonden in natte leefgebieden zoals natte heidegebieden of vochtige graslanden. Deze soort is kleiner dan de Gevorkte spinneneter.

– De Vierspitsspinneneter (foto 7) heeft dan weer toepasselijk vier bulten op zijn achterlijf en wordt onder meer gevonden aan de randen van dennenbos en in struiken. Die soort is veelal actief van april tot augustus op warmere plaatsen. Haar voorkeur voor warmte maakt dat de soort niet zelden wordt gevonden in tal van stedelijke habitats en het door de klimaatopwarming ook al enkele decennia goed doet. Haar Rode Lijststatus “zeldzaam” is dan ook achterhaald.

– De Grote spinneneter (foto 8) heeft ook vier bulten op het achterlijf, maar het voorste paar is opvallend groter, wat haar van de Vierspitsspinneneter onderscheidt. Deze soort kan je ook aantreffen in dennenbossen en natte habitats, maar is effectief de zeldzaamste van de vier genoemde soorten en staat terecht in de Rode Lijst geboekstaafd als ‘kwetsbaar’.

Foto 6: Cambridges spinneneter (Ero cambridgei) (ARABELbeeldbank / ©Gilbert Loos)
Foto 7: Vierspitsspinneneter (Ero aphana) (ARABELbeeldbank / ©Ludwig Jansen)
Foto 8: Grote spinneneter (Ero tuberculata) (ARABELbeeldbank / ©Gilbert Loos)

Waarom werd de Gevorkte spinneneter verkozen als Europese spin van het jaar?

Als ‘bejager van jagers’ heeft de Gevorkte spinneneter een bijzondere voedingsgewoonte ontwikkeld. Eigenlijk is het op zich vreemd dat er nog niet eerder een spinneneter tot soort van het jaar werd verkozen. De gelaagde eicocon met zijn kenmerkende vorm illustreert mooi de verschillende soorten spinnenzijde die spinnen kunnen produceren met het oog op verschillende functies.

Met deze keuze van een Europese spin van het jaar, willen we niet alleen een ‘onpopulaire’ diergroep promoten, maar tegelijk hopen we dat een breder publiek de gekozen soort zal melden, zodat onderzoekers nieuwe gegevens ontvangen over de huidige verspreiding van de Gevorkte spinneneter.

Ga dus gerust eens op zoek naar deze intrigerende soort en meldt eventuele waargenomen exemplaren (of hun eicocon) door ze te fotograferen en in te voeren op de meldingssite van Natuurpunt: www.waarnemingen.be.

De Europese Spin van het Jaar wordt verkozen door 84 arachnologen uit 27 Europese landen. De coördinatie van de stemming gebeurt door het Naturhistorisches Museum Wien, samen met het ‘Arachnologisches Gesellschaft’ (AraGes) en de European Society of Arachnology (ESA).

Christoph Hörweg & Koen Van Keer

>