ARABEL

Belgische Arachnologische Vereniging

Europese spin van het jaar 2020 – de Gerande Oeverspin Dolomedes fimbriatus (Clerck, 1757)

04/01/2020 | Spin van het jaar

Europese spin van het jaar 2020

de Gerande oeverspin

Dolomedes fimbriatus (Clerck, 1757)

1. Een vrouwtje van de Gerande Oeverspin ©Gilbert Loos

De Gerande oeverspin, Dolomedes fimbriatus, behoort tot de familie van de kraamwebspinnen (Pisauridae), die wereldwijd 356 soorten telt. In Europa leven 7 soorten, waaronder twee oeverspinnen van het geslacht Dolomedes: de Gerande oeverspin (D. fimbriatus) en de Grote oeverspin (D. plantarius).

Bedreigde soort

De Gerande oeverspin heeft een zogenaamd Palearctische verspreiding (Europa, Noord-Azië en Noord-Afrika). In Centraal Europa wordt ze meestal gevonden van de laagvlaktes tot in heuvelachtig gebied (tot 800 m boven zeeniveau). In Oostenrijk werd ze echter aangetroffen tot op 1250 m boven zeeniveau.

Op sommige plaatsen kan ze redelijk algemeen zijn, maar doorgaans is ze eerder zeldzaam geworden door de vernietiging van veel van haar voorkeurhabitats (natte heide en moerasgebied). In België is het één van de vier wettelijk beschermde spinnensoorten, naast de Waterspin, de Tijgerspin en de Gewone mijnspin. In de Vlaamse Rode Lijst staat de spin genoteerd als “critisch wegens verdwijnen biotopen, op de rand van uitsterven“.

In het kader van de Vlaamse meetnetten die beleidsrelevante soorten opvolgen (in opdracht van Europa), is een zogenaamde “inhaalslag” voor deze soort opgenomen. Dat betekent dat men probeert een zicht te krijgen op de reële verspreiding van de soort in Vlaanderen (voor de gekende verspreiding tot 2015, zie illustratie 2). Er zijn al eerste indicaties dat de soort bij ons te lijden heeft onder een toenemende verdroging van habitats onder invloed van de klimaatverandering.

Illustratie 2

Jagende joekel

Met een lichaamslengte van 15-22 mm bij vrouwtjes en 10-16 mm bij mannetjes, is de Gerande oeverspin één van onze grootste spinnensoorten. Ze heeft een stevig postuur. Ze heeft een geel-bruine tot zwartbruine basiskleur (bij jongen groenig tot olijfkleurig, zie illustratie 3 & 4) en aan beide zijden van het lichaam loopt meestal een beige tot gele lengtestreep die zowel over het kopborstuk, als over het achterlijf loopt. In het veld wordt ze wel eens verward met bepaalde piraten-soorten (illustratie 5), maar die behoren tot de familie van de wolfspinnen.

3.Een jong van de Gerande Oeverspin Dolomedes fimbriatus ©Marianne & Paul Horemans-Wouters
4. Dolomedes fimbriatus 4. ©Marianne & Paul Horemans-Wouters
5. De Poelpiraat Pirata piraticus ©Dirk Cleiren

De Gerande oeverspin staat bekend als een actieve jager, die dus geen web gebruikt om prooi te vangen, maar jonge exemplaren maken wel een kleine webachtige constructie, vaak op bladeren van kruidachtige planten (illustratie 6), die niet noodzakelijk altijd in de directe omgeving van water groeien. Als de spinnen groter worden, verhuizen ze naar de waterkant van stilstaande of traag stromende waterpartijen in natte heidegebieden, vochtige graslanden, oever- of broekbossen. Ze maken dan niet langer een web. Om te jagen, zit de Gerande oeverspin op het wateroppervlak bij de oevervegetatie en kijkt uit naar insecten die in het water beland zijn er daar dan liggen te spartelen. Die trillingen registreert ze met haar pootuiteinden, eigenlijk zoals webwevende spinnen de trillingen in hun web opmerken. Ze loopt dan vlot over het water naar de prooi en grijpt die vast. De Gerande oeverspin gebruikt het wateroppervlak dus eigenlijk als een web!

6. Dolomedes fimbriatus ©Marianne & Paul Horemans-Wouters

Als Jezus over het water

Dat “waterlopen” kan ze dankzij speciale waterafstotende haartjes, waardoor de oppervlaktespanning van het wateroppervlak haar drijvende houdt (illustratie 7). De Gerande oeverspin jaagt echter ook op diertjes die zich onder water bevinden, zoals kikkervisjes, kleine salamanders en kleine vissen. Daarmee is het één van de enige Belgische spinnen die regelmatig een gewervelde prooi vangt.

Ze moet dus kunnen duiken om zo’n waterdiertje te vangen, maar ook bij gevaar duikt ze bliksemsnel onder water. De waterafstotende haartjes over haar gehele lichaam, zorgen er dan voor dat er een luchtfilm rond de spin blijft hangen, waardoor ze ook onder water een tijdlang kan blijven ademen. Wanneer ze terug aan de oppervlakte komt, is de spin dan wonderlijk droog gebleven.

7. ©Maarten Jacobs

Zorgzame moeder

De paring vindt doorgaans plaats in mei of juni. Vanaf eind juni legt het vrouwtje haar eieren in een ronde eicocon van ca. 1 cm diameter. Die kan wel tot 1000 eitjes bevatten en wordt door de spin de hele tijd meegedragen in haar monddelen (illustratie 8 & 9) en dus niet bevestigd achteraan het achterlijf zoals bij wolfspinnen (illustratie 10). Als het vrouwtje voelt dat de eitjes gaan uitkomen, spint ze het zogenaamde kraamweb, waarin ze de eicocon ophangt. De jongen blijven nog een tijd samen in dit kraamweb, terwijl het vrouwtje aan de buitenzijde de wacht houdt (illustratie 11). De ontwikkeling van jong tot volwassen dier, neemt een tweetal jaar in beslag. De spin overwintert in subvolwassen toestand en vervelt dan begin mei een laatste keer, waarna ze volwassen is.

8. Gerande Oeverspin met eicocon ©Jorg Lambrechts_
9. Gerande Oeverspin met eicocon, de spinnetjes klaar om te ontluiken. ©Manuel Maingeot
10. De Oeverwolfspin (Pardosa prativaga) ©Dirk Cleiren

 

Gedurende het hele jaar zijn exemplaren van de Gerande oeverspin aanwezig en minstens van maart tot oktober zijn ze waar te nemen, vooral de vrouwtjes. Vermoedelijk loopt de belangrijkste activiteitsperiode van de mannetjes van mei tot augustus.

11. Bij het kraamweb houdt de moeder de wacht  ©Marianne & Paul Horemans-Wouters

Grote oeverspin

In België leeft een tweede soort oeverspin, de Grote oeverspin, die erg op de Gerande oeverspin lijkt, maar vaak de lichte zijstrepen mist (illustratie 12). Op sommige plaatsen worden beide soorten samen aangetroffen, maar de Grote oeverspin verkiest eerder laagveenhabitats met grotere waterpartijen. Deze soort wordt het meest gezien van april tot augustus en de vrouwtjes iets langer, tot september. De Grote oeverspin is echter een stuk zeldzamer en voor België zijn maar twee vindplaatsen bekend. Om de twee soorten met zekerheid van mekaar te kunnen onderscheiden, is stereomicroscopisch onderzoek van de geslachtsstructuren nodig.

12. De Grote Oeverspin (Dolomedes plantarius) ©Willy de Koning

 

Waarom is de Gerande oeverspin verkozen tot Europese spin van het jaar?

Niet alleen is de Gerande oeverspin één van onze grootste inheemse spinnen en is ze daardoor goed op te merken door de mens, ze heeft daarnaast een interessante levenswijze: ze weeft in vroege stadia een web, dat ze dan later ‘verleert’, kan ‘Jezusgewijs’ over water lopen, zorgt erg goed voor haar jongen en vangt al duikend zelfs gewervelde dieren als prooi. De spin is uitzonderlijk goed aangepast aan haar waterrijke leefgebied, dat helaas hoe langer hoe meer onder druk staat. Bijzonder schadelijk zijn daarbij werken aan rivieroevers, het verwijderen van rietvelden en waterlelies, het uitdrogen van natte heide en de afnemende oppervlakte aan geschikte moerassige zones.

Met deze keuze van de Europese spin van het jaar, willen we niet alleen een ‘onpopulaire’ diergroep promoten, maar ook aandacht vragen voor een bedreigde habitat. Tegelijk hopen we dat een breder publiek deze soort zal melden, zodat onderzoekers nieuwe gegevens ontvangen over de huidige verspreiding van de Gerande oeverspin.

Ga dus gerust eens op zoek naar deze intrigerende soort en meldt eventuele waargenomen exemplaren door ze te fotograferen en in te voeren op de meldingssite van Natuurpunt: www.waarnemingen.be.

De Europese Spin van het Jaar wordt verkozen door 83 arachnologen uit 26 Europese landen. De coördinatie gebeurt door het Naturhistorisches Museum Wien, samen met het ‘Arachnologisches Gesellschaft’ (AraGes) en de European Society of Arachnology (ESA).

Oorspronkelijke tekst: Christoph Hörweg

Nederlandse vertaling en bewerking: Koen Van Keer

 

>