ARABEL

Belgische Arachnologische Vereniging

Spin van het Jaar 2005 – De Huiszebraspin Salticus scenicus (Clerck 1757)

juli 23, 2005 | Spin van het jaar

05a

05b

05c

05d

05e

Proclamatie door de Belgische Arachnologische Vereniging ARABEL en de Arachnologische Gesellschaft (ARAGES) op 7 januari 2005

De huiszebraspin of harlekijn is waarschijnlijk geen onbekende
voor de meeste mensen: wie heeft dit kleine, zwart-wit gestreepte spinnetje
op zonnige dagen nog niet over huis- of tuinmuren zien sluipen? Maar wie speelde
er al met deze harlekijn of kende zijn naam?

De Duitstalige vereniging van spinnenliefhebbers, Arachnologische Gesellschaft
(ARAGES)
, verkiest al voor de
vijfde keer een spin van het jaar. In Duitstalig Europa krijgt dit initiatief
jaarlijks grote belangstelling in een breed scala van media. Toen de Belgische
Arachnologische Vereniging (ARABEL)

een soortgelijk initiatief in België wilde opstarten, kwam uit Duitsland
al snel het voorstel tot samenwerking. Spinnenkenners van de twee verenigingen
verkozen de huiszebraspin nu tot Spin van het Jaar 2005. Het doel van deze eerste
internationale actie is een spin te kiezen die representatief is voor de meer
dan 1300 Centraal-Europese spinnensoorten en die dan beter bekend en bemind te
maken bij het brede publiek. De huiszebraspin mag dus de spits afbijten als eerste
internationale vertegenwoordiger van spinnensoorten in dit project, dat ook de
bescherming van soorten voor ogen heeft.

De harlekijn is één van de ongeveer honderd
Centraal-Europese soorten springspinnen (familie Salticidae). Die onderscheiden
zich van andere spinnen door twee belangrijke kenmerken. Eerst en vooral vangen
zij hun prooien door ze te bespringen en ze maken dus geen web. Nog iets karakteristieks
zijn de twee sterk vergrote voorogen. De andere zes ogen zijn in drie rijen
gerangschikt over het cephalothorax (kopborststuk) zodat de spin ook achterwaarts
kan kijken. Springspinnen zijn meestal eerder kleine diertjes, die opvallen
door hun ‘huppelende’ bewegingen.

De ‘zebraspin’ heeft haar naam niet gestolen: haar lichaam, en meerbepaald het
achterlijf, is getooid met een zwart en wit strepenpatroon. Dit wordt gevormd
door kleine, verschillend gekleurde, schubachtige haren. De vier andere Centraal-Europese
soorten van het geslacht Salticus, onderscheiden zich door een ander patroon
op het lichaam. Enkel Salticus scenicus heeft twee witte vlekken op
het cephalothorax en drie brede, donkere dwarsstrepen op het achterlijf.

In tegenstelling tot de vrouwtjes, hebben de mannetjes erg lange monddelen waarmee
ze soms totderdood met rivalen vechten tijdens het paarseizoen van mei tot augustus.
Doorgaans zijn deze rituelen echter onschuldig en wordt de verliezer gedwongen
de arena te verlaten. De lichaamslengte van zowel mannetjes als vrouwtjes varieert
van 4 tot 7 mm. De poten zijn in vergelijking met vele andere spinnen eerder
kort en geven de huiszebraspin een ietwat compact uitzicht.

Tijdens de jacht
besluipt Salticus behoedzaam een insect en nadert tot op ongeveer 1 cm om het
dan te bespringen. De prooi wordt door de spinnenpoten gegrepen en direct gebeten
met de gifkaken. De ogen van de harlekijn spelen een belangrijke rol zowel bij
de jacht als bij de paardans van de mannetjes.

Het zicht is zo goed ontwikkeld dat je met deze spinnen kan “spelen”.
Als je een grashalm in de buurt van de spin heen en weer beweegt, zal die de
aandacht van de spin trekken en zal je zien dat ze de beweging volgt.

De huiszebraspin is algemeen in heel België en Nederland. Bovendien is
ze wijd verbreid in de rest van Europa, van Spanje tot Rusland en van Noorwegen
tot Bulgarije (zie hier).
Buiten Europa komt de soort voor in Noord-Azië en Noord-Amerika.

Salticus scenicus is vooral algemeen in de buurt van menselijke bebouwing, maar
kan ook worden gevonden op rotsen of omheiningspalen. Door de voorkeur voor
menselijke biotopen, mogen we er gerust in zijn dat deze soort niet in zijn
bestaan bedreigd wordt en dat de harlekijn ons nog lange tijd door zijn magische
ogen zal bekijken.

Auteurs van de originele tekst: Peter Jäger, Martin Kreuels

Nederlandse vertaling: Koen Van Keer

Organisatie ‘Spider of the Year’:

Dr. Leon Baert (B), Dr. Peter Jäger (D), Dr. Martin Kreuels (D).

Verkiezingscomité ‘Spider of the Year’:

Mark Alderweireldt (B), Léon
Baert (B), Lynda Beladjal (B), Gernot Bergthaler (A), Theo Blick (D), Dries
Bonte (B), Jan Bosselaers (B), Domir de Bakker (B), Christa Deeleman (NL), Herman
De Koninck (B), Oliver-David Finch (D), Ambros Hänggi (CH), Frederik Hendrickx
(B), Peter Jäger (D), Rudy Jocque (B), Martin Kreuels (D), Dirk Kunz (D),
Andreas Malten (D), Alphonse Radermecker (B), Danny Vanacker (B), Jeroen Van
den Borre (B), Peter van Helsdingen (NL), Johan Van Keer (B), Koen Van Keer
(B), Herman Vanuytven (B), Gie Wyckmans (B).

Literatuur:

Casemir, H. (1960). “Springspinnen im Hülser Bruch.” Heimatbuch
des Grenzkreises Kempen-Krefeld 11: 72-75.

Dalwigk, H.-B. v. (1973). “Über die Temperaturabhängigkeit von
Instinkthandlungen ??? bei Libellenlarven (Aeschna cyanea MÜLL.) und Springspinnen
(Salticus scenicus CL.).” Zoologischer Anzeiger 190: 361-380.

Dill, L. M. (1975). Predatory behavior of the zebra spider, Salticus scenicus
(Araneae: Salticidae). Canadian Journal of Zoology 53 (9): 1284-1289.

Harm, M. (1969). “Revision der Gattung Salticus LATREILLE (Arachnida: Araneae:
Salticidae).” Senckenbergiana biologica 50 (3/4): 205-218.

Plett, A. (1962). “Untersuchungen zum Appetenzverhalten der Springspinne
Epiblemum scenicum Cl. (Salticidae) und des Ameisenlöwen Euroleon nostras
Fourcr. (Myrmeleonidae).” Zoologischer Anzeiger 169: 280-291.

Plett, A. (1975). “Über die Ermüdung von Teilhandlungen des Beutefanges
bei Springspinnen (Salticus scenicus Cl.), Libellenlarven (Aeschna cyanea Müll.)
und Ameisenlöwen (Euroleon nostras Fourer.).” Zoologischer Anzeiger
195(1/2): 8-20.

Reinke, H.-D. (1997). “Haus- und Stallspinnen (Araneae) eines ländlichen
Wohnbereichs bei Kiel.” Faunistisch-ökologische Mitteilungen 7: 173-196.

Sacher, P. (1983). “Spinnen (Araneae) an und in Gebäuden – Versuch
einer Analyse der synanthropen Spinnenfauna in der DDR (Schluß).”
Entomologische Nachrichten und Berichte 27: 97-104, 141-152, 197-204, 224.

Schmitz, A. & S. F. Perry (2000). Respiratory system of arachnids I: morphology
of the respiratory system of Salticus scenicus and Euophrys lanigera (Arachnida,
Araneae, Salticidae). Arthrop. Struct. Development 29 (1): 3-12.

 

>