ARABEL

Belgische Arachnologische Vereniging

Europese spin van het Jaar 2009 – de Driehoekswebspin, Hyptiotes paradoxus C.L. Koch, 1843

juli 23, 2009 | Spin van het jaar

esy09_1

esy09_2

esy09_3

 

Bijna iedereen kent het typische wielweb van de Kruisspin wel… En al decennia beseft men dat sinds miljoenen jaren de natuurlijke evolutie ervoor zorgt dat organismen en hun gedragingen veranderen, soms op wel erg bizarre wijze… De spin van het jaar 2009 is een schoolvoorbeeld van hoe een ‘normaal’ wielweb evolueerde tot een zeer ingenieus systeem voor prooivangst.De verkozene van dit jaar is met een totale lichaamslengte tussen 3-6mm en haar bleek grijsbruine kleur een eerder onopvallende spinnensoort. De lichter gekleurde, veerachtige haartjes op haar lijf verlenen haar wel enige aaibaarheid. Ze houdt zich op tussen droge takken in naaldwouden. De Driehoekswebspin komt nogal gedrongen over en ze is schitterend gecamoufleerd in haar omgeving. Het achterlijf heeft de vorm van een omhooggerichte driehoek, waaraan ze tevens haar naam dankt. Bij het zoeken naar deze spin, kijk je best uit naar haar ca. 20cm grote web dat het zonlicht wondermooi doet oplichten. Haar web bouwt ze met amper vier spaakdraden die met behulp van vangdraden verbonden zijn. Op die manier ontstaan drie segmenten van een ‘normaal’ wielweb. Het web wordt op zijn plaats gehouden door middel van ondersteunende draden aan de ene zijde en een singaaldraad aan de andere zijde en die start vanaf de naaf (=het “midden” van een ‘gewoon’ wielweb) aan de overzijde. De hele constructie krijgt zo het uitzicht van een zijden driehoek. Hyptiotes houdt zich verscholen, stil, houdt contact met de signaaldraad en wacht tussen de naaf en het verankeringspunt van het web. Ze vormt een levend onderdeel van het web door de verankeringsdraad zelf opgespannen te houden. Wanneer een insect landt of tegen de draden vliegt, knalt de val dicht doordat de spin de spanning op centrale verankeringsdraad loslaat waardoor de vangdraden samenvouwen over de prooi en de webbouwer zijn vangst makkelijk kan binnenrijven.

Voor arachnofoben vormt deze spin een lichtje aan de einder aangezien ze niet beschikt over gifklieren, net als alle andere Wielwebkaardespinnen (Familie Uloboridae). Net zoals de reductie van haar wielweb tot een driehoek, zijn ook haar gifklieren gereduceerd in de loop van de evolutie. Prooien worden doodsimpel ingewikkeld tot een onbeweegbare massa. Bijgevolg moet de spin tijdens het verorberen van de prooi eerst haar zijden spinsel opeten om dan tot de voedzame, sappige delen te komen. Net zoals bij andere spinnen, gebeurt dit laatste door middel van uitwendige vertering vooraan in de mondholte.

Een opmerkelijk kenmerk dat de Driehoekswebspin enkel deelt met ca. 50 andere soorten in Europa, is het cribellate spinsel. De spintepels zijn daartoe op een zeer speciale manier opgebouwd. Normaliter bezitten spinnen zes spintepels die zichtbaar zijn als korte, sterk aangepaste, gereduceerde aanhangsels aan het uiteinde van het achterlijf. Op de spintepels staan sponnen die in rechtstreeks contact staan met de inwendige spinselklieren. Het spinsel verlaat het lichaam via de sponnen en wordt ondermeer gebruikt voor webbouw of het maken van een eicocon. Cribellate spinnen daarentegen, hebben naast de zes normale spintepels nog eens een zeefachtig ‘cribellum’ net voor de spintepels. Waarschijnlijk komt deze structuur overeen met het vierde paar spintepels dat werd teruggevonden bij voorouderlijke spinnen, en nog steeds aanwezig is bij een aantal primitieve spinnensoorten. Duizenden flinterdunne draden worden gelijktijdig geproduceerd door de fijne sponnen van het cribellum. De draden worden dan opgekamd met behulp van een ‘calamistrum’, een aangepaste rij van kamachtige haren op het laatste potenpaar. Op die manier worden wollige vangdraden geproduceerd die -hoewel ze geen kleefstof bevatten- ongeveer vier keer zo kleverig zijn als de vangdraden van een Kruisspin. Daarnaast bieden deze fijne zijden draden het voordeel dat ze niet telkens dienen te worden vervangen omdat de lijm opdroogt.

Een laatste anatomische abnormaliteit van Hyptiotes paradoxus is het ontbreken van een penis bij de mannetjes. Hierdoor dient het sperma direct te worden overgebracht. Daarvoor beschikken ze over speciale copulatieorganen ter hoogte van de pedipalpen (de aanhangsels gelegen tussen de monddelen en het eerste potenpaar). Bij quasi alle spinnensoorten zijn deze structuren klein in vergelijking met de rest van het lichaam. Bij Hyptiotes daarentegen, bedraagt het volume van de palpen ongeveer even veel als het hele kopborststuk.

Ondanks deze bijzonderheden, is de Driehoekswebspin geen echte zeldzaamheid en komt ze voor van West-Europa tot Oost-Azië. Ze heeft de voorkeur voor bossen en haar genusnaam ‘Hyptiotes‘, letterlijk vertaald “degene die op haar rug ligt”, “de inactieve” (wat slaat op haar positie in rust), suggereert dat het een zeer rustige geleedpotige is. Daarmee is het overduidelijk dat haar camouflagecapaciteiten en het stil blijven zitten in haar web haar voortbestaan bepalen. Het epithethon ‘paradoxus’ (“het vreemde”, “het onbekende”, “het paradoxale”) maakt ons zeer nieuwsgierig om meer te weten te komen over deze intrigerende spin. Als je tijdens haar activiteitsperiode (volwassen individuen worden aangetroffen van juli tot oktober) enkele uurtjes vrij kan maken, en je wilt je rug ontlasten door een soepele wandeling doorheen zachte naaldbossen, waarom zou je dan niet eventjes een kijkje gaan nemen in de wondere wereld van de Driehoekswebspin?!

Oorspronkelijke tekst: Peter Jäger

Nederlandse vertaling: Kevin Lambeets & Koen Van Keer

Contact voor Duitsland:

Dr. Martin Kreuels, 48161 Münster, Nordrhein-Westfalen (NRW)

kreuels@aradet.de

Contact voor Europa:

Dr. Milan Rezac, Department of Zoology, Charles University, Vinicna 7, 128 44 Praha 2, Czech Republic

pavouk.milan@seznam.cz

Betrokken landen (71 juryleden uit 21 landen):

Austria, Belgium, Bulgaria, Czech Republic, Denmark, Finland, France, Germany, Great Britain, Hungary, Ireland, Italy, Netherlands, Norway, Poland, Portugal, Slovakia, Slovenia, Spain, Sweden, Switzerland

Steunende verenigingen:

Verspreidingskaarten:

Links:

Literatuur:

BAYRAM, A., S. ÖZDAG & R. KAYA (2002) New spider (Araneae) records for Turkey: Hyptiotes paradoxus (C.L.Koch, 1834) [Uloboridae], Diaea pictilis (Banks, 1896) [Thomisidae)], Alopecosa fabrilis (Clerck, 1757) [Lycosidae], and Evarcha arcuata (Clerck, 1757) [Salticidae]. – Israel Journal of Zoology 48: 250-251.

BELLMANN, H. (1997) Kosmos-Atlas Spinnentiere Europas. – Stuttgart, Kosmos: 304 S.

DALTON, S. (2005): Prey Capture by Hyptiotes paradoxus. – Newsletter of the British arachnological Society 104: 17-18.

DECOCQ, O. (1996) Une nouvelle donée d’Hyptiotes paradoxus (C.L.Koch, 1834) (Araneae, Uloboridae). – Nieuwsbrief van de Belgische Arachnologische Vereniging 11(1): 13.

FRITZÉN, N. R. (2002) Hyptiotes paradoxus (Araneae: Uloboridae) found on the Åland Islands – a species new to Finland. – Memoranda Soc. Fauna Flora Fennica 78: 3-7.

FRITZÉN, N. R. (2007) On the distribution of Hyptiotes paradoxus (Araneae: Uloboridae) in Estonia and Finland. – Memoranda Soc. Fauna Flora Fennica 83: 17-19.

HAJER, J. (1993) Notes on the spinning apparatus of the spiders Hyptiotes paradoxus C.L.K, 1834, and Uloborus walckenaerius Latr., 1806 (Araneae: Uloboridae). – Bull. Soc. neuchatel. Sci. nat.:116 (1): 99-103.

HAWTHORN, A. & B. OPELL (2002) How does cribellar silk thread stick to smooth surfaces? – American Arachnol. 64: 4.

HOPKIN, S. (2002) New locality for Hyptiotes paradoxus (C.L. Koch, 1834). – Newsl. Br. Arachnol. Soc.: 95: 10.

HORAK, P. & C. KROPF (1999): Landeskundlich bedeutsame Spinnenfunde in der Steiermark (Arachnida: Araneae). – Mitteilungen des naturwissenschaftlichen Vereins für die Steiermark 129: 253-268.

MARPLES, M.J. & B.J. MARPLES (1937) Notes on the spiders Hyptiotes paradoxus and Cyclosa conica. – Proc. Zool. Soc. London 107 (3): 213-221, + 2 Tafeln.

OPELL, B. D. (1982) Post-hatching development and web production of Hyptiotes cavatus (Hentz) (Araneae, Uloboridae). – Journal of Arachnology 10: 185-191.

OPELL, B.D. (1982) Cribellum, calamistrum and ventral comb ontogeny in Hyptiotus cavatus (Hentz) (Araneae: Uloboridae). – Bull. Br. arachnol. Soc. 5 (8): 338-343.

OPELL, B.D. (1987) The influence of web monitoring tactics on the tracheal system of spiders in the family Uloboridae (Arachnida, Araneida). – Zoomorph. 107: 255-259.

OPELL, B.D. (1988) Prey handling and food extraction by the triangle-web spider Hyptiotes cavatus (Uloboridae). – J. Arachnol. 16: 272-274.

OPELL, B.D. (2001) Cribellum and calamistrum ontogeny in the spider family Uloboridae: linking functionally related but separate silk spinning features. – J. Arachnol. 29: 220-226.

OPELL, B. D., G. ROTH & P.E. CUSHING (1990) The effect of Hyptiotes cavatus (Uloboridae) web-manipulation on the dimensions and stickiness of cribellar silk puffs. – Journal of Arachnology 18: 238-240.

PETERS, H.M. (1938) Über das Netz der Dreieckspinne, Hyptiotes paradoxus. – Zoologischer Anzeiger 121: 49-59.

PETERS, H.M. & J. KOVOOR (1980) Un complément à l’appareil séricigéne desd Uloboridae (Araneae): Le paracribellum et ses glandes. – Zoomorph. 96: 91-102.

REUKAUF, E. (1931) Zur Biologie von Hyptiotes paradoxus. – Z. Morph. Ökol. Tiere 21: 691-701.

SPAGNA, J.C. & R.G. GILLESPIE (2007) Unusually long Hyptiotes (Araneae, Uloboridae) sequence for small subunit (18S) ribosomal RNA supports secondary structure model utility in spiders. – J. Arachnol. 34 (3): 557-565.

STAHLBAUM, G. (1961) Zum Vorkommen einiger seltener Radnetzspinnen (Araneidae) im Kreis Neuruppin. – Märkische Heimat 5: 128-130.

TUTELAERS, P. (2001) Herfstspinnen bij onze hunebedden. – Nieuwsbrief Spined 16: 7-9.

WIEHLE, H. (1953) Spinnentiere oder Arachnoidea. IX: Orthognatha – Cribellatae – Haplogynae – Entelegynae (Pholcidae, Zoradiidae, Oxyopidae, Mimetidae, Nesticidae). – In: F. DAHL, M. DAHL & H. BISCHOFF (Hrsg.): Die Tierwelt Deutschlands und der angrenzenden Meeresteile. 42. G. Fischer, Jena.

WIEHLE, H. (1964) Über Hyptiotes gerhardti WIEHLE (Arach., Araneae). – Senckenbergiana biologica 45: 81-85.

WILLIAMS, H. (2003) Hyptiotes paradoxus (C.L. Koch, 1834): New record for Nottinghamshire. – Newsl. Br. arachnol. Soc. 98: 9.

WUNDERLICH, J. (2008) Revision of the European species of the spider genus Hyptiotes Walckenaer 1837 (Araneae: Uloboridae). – Beitr. Araneologie 5: 676-684.

YOSHIDA, H. (1982) Spiders from Taiwan II. Three species of the genera Hyptiotes and Miagrammopes (Araneae: Uloboridae). – Proc. jap. Soc. syst. Zool. 22: 18-20.

ZSCHOKKE, S. (2000) Web damage during prey capture in Hyptiotes paradoxus (C. L. Koch 1834) (Uloboridae). – Arachnol. Mitt. 19: 8-13.

 

>