ARABEL

Belgische Arachnologische Vereniging

ARABEL, de geschiedenis

Juli 21, 2015

Foto1_ARABEL_27_10_1976_KBIN

ARABEL bij de oprichting (27 oktober 1976) in de raadzaal van het KBIN – vlnr: Rudy Nijs, Marc Janssen, Ronny Seghers, Rose De Blauwe, Rudy Jocqué, Jan Hublé, Jean Kekenbosch, Robert Bosmans, André Fraiture, Marc Schumacher, Léon Baert, Paul Cottenie en Jean-Pierre Maelfait.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Een aantal ARABEL-leden op de ARABEL-studiedag van 16 september 2006 in het PNEC de Kaaihoeve.

Foto3_Jan_Huble

Portret Prof. dr. Jan Hublé (jaren 1960), Universiteitsbibliotheek Gent.

Foto4_Jean_Kekenbosch

Portret Jean Kekenbosch.

Foto5_JP_Maelfait

Jean-Pierre Maelfait tijdens het ARABEL-weekend van 10 juni 2006 te Viroinval.
De studie van de Belgische spinnen begon op het einde van de negentiende eeuw met het zeer verdienstelijke werk van Léon BECKER (1826-1909). Deze kunstschilder zamelde in het ganse land spinnen in en publiceerde zijn verspreidingsgegevens in vier luxueus uitgegeven volumes getiteld ‘Les Arachnides de la Belgique’ (BECKER, 1882, 1896). Vooral de twee grote volumes met afbeeldingen in steendruk zijn hoogstandjes van de wetenschappelijke illustratie uit die periode.

De periode tussen Becker (1900) en 1950 is gekenmerkt door een diepe stilte op gebied van spinnenonderzoek, met uitzondering van enkele publicaties zoals het werk van LERUTH over de fauna van de grotten van ons land en de enkele faunistische bijdragen van THOMAS en DENIS. Ook moet vooral melding gemaakt worden van Louis GILTAY (1903-1937) die zijn korte wetenschappelijke carrière vooral aan de studie van de spinnen van Congo wijdde.

Na het overlijden van Giltay in 1937 sluimerde de arachnologie verder tot in 1954, maar kende een wederopstanding dank zij de inbreng van Jean KEKENBOSCH, technicus aan het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN). Inderdaad, pas vanaf het midden van de jaren vijftig van de 20ste eeuw, werden er dank zij deze onderzoeker opnieuw noemenswaardige bijdragen geleverd tot een betere kennis van de faunistiek van de spinnen van België. Er was maar heel weinig contact tussen hem en Pierre BENOIT, een andere Belgische arachnoloog die werkte aan het Koninklijk museum voor Midden-Afrika in Tervuren en die zich voornamelijk bezig hield met de studie van Afrikaanse spinnen vanaf 1964 tot hij in 1981 op pensioen ging en het museum verliet.

In 1970 besliste Jan HUBLé, Professor aan het Laboratorium voor Ecologie van de Rijksuniversiteit te Gent (RUG), een cel voor de studie van terrestrische dieren op te richten daar zijn laboratoria tot dan gespecialiseerd was in de studie van de ornithologie en de hydrobiologie. De eer om die cel te starten viel te beurt aan Rudy JOCQUÉ. Na een korte kennismaking met loopkevers (Carabidae), begon hij de studie van de spinnen. Hij werd meegesleept door de passionerende wereld van de spinnen en al snel dienden andere geïnteresseerden zich aan. De collega’s van het eerste uur waren Léon BAERT, Jean-Pierre MAELFAIT en Rob BOSMANS. Jan Hublé werd zelf ook zo door de studie van de spinnen geënthousiasmeerd dat hij de ornithologie verliet en zich met spinnen ging bezig houden.

De arachnologen van de eerste generatie die aanvankelijk in de groep van de RUG werkten, bestuderen heden naast onze inlandse spinnenfauna ook tropische en mediterrane spinnen. Dit heeft aanleiding gegeven tot een reeks beschrijvingen van nieuwe spinnensoorten en revisies over spinnen afkomstig uit Afrika, Latijns Amerika, Zuid Oost Azië, Papua Nieuw Guinea en Australië.

  • Rudy Jocqué werkzaam aan het Koninklijk museum voor Midden-Afrika Tervuren is taxonomisch werkzaam op materiaal van Afrika, Latijns Amerika en Australië;
  • Robert Bosmans werkzaam aan het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) van de Vlaamse Overheid is in zijn vrije tijd taxonomisch werkzaam op materiaal van Afrika, Pyreneeën en de mediterrane streek;
  • Léon Baert werkzaam aan het KBIN te Brussel is benevens ecologisch onderzoek aan onze kustduinen, taxonomisch werkzaam op materiaal van Latijns Amerika en Papua Nieuw Guinea.
  • Jean-Pierre Maelfait werkzaam aan het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO), richtte zich vooral op het belang van spinnen als bioindicatoren, dit in samenwerking met Léon Baert en andere arachnologen van de huidige generaties.

Naast deze gediplomeerde biologen telde ons land sinds de jaren zeventig enkele uitmuntende spinnenliefhebbers die veel hebben bijgedragen tot de faunistiek van onze inlandse spinnen: Marc Janssen, Maurice Ransy en Rose de Blauwe.

Het is eerst in 1976 dat Léon Baert suggereerde om elkaar, de Belgische arachnologen (professionele en niet-beroepshalve arachnologen), regelmatig te ontmoeten om hun wederzijdse ervaringen te delen. Een eerste verkennende ontmoeting met Jean Kekenbosch had plaats aan het Laboratorium voor Ecologie van de Universiteit Gent op 20mei 1976, waar besloten werd een werkgroep op te richten.

ARABEL (ARAchnologia BELgica) werd uiteindelijk opgericht op 27 oktober 1976 tijdens een vergadering aan het KBIN te Brussel. 16 arachnofielen waren die dag aanwezig, de 5 onderzoekers van het Laboratorium voor Oecologie van de Universiteit van Gent, Jean Kekenbosch en 10 spinnenliefhebbers die niet-beroepshalve spinnen bestudeerden. ARABEL was aanvankelijk alleen een werkgroep zonder duidelijke structuur, waarvan de leden ideeën en gegevens uitwisselden, elkaar hielpen bij moeilijke determinaties en soms excursies organiseerden.

Toen verschenen de arachnologen van de tweede generatie:

  • Marc Alderweireldt, heden werkzaam aan het Natuureducatief Centrum “de Kaaihoeve” te Zwalm, bereikte onder andere in de agroecologie opmerkelijke resultaten. Daarnaast verdiepte hij zich in de taxonomie en verspreiding van wolfspinnen.
  • Jan Bosselaers is werkzaam op puur taxonomisch vlak.
  • Chris De Cleer tevens een medewerker van INBO was eind de jaren tachtig werkzaam op de spinnen van rietvelden.
  • Hendrik Segers bestudeerde de spinnen van het Zoniënwoud.
  • Ronny De Keer onderzocht de levenscycli van enkele baldakijnspinnen en publiceerde samen met Robert Bosmans een catalogus van de spinnenfauna in de Pyrenéen.

Tot grote spijt voor de arachnologie heeft professor Hublé zich in 1985 uit het beroepsleven teruggetrokken en is zijn laboratorium terug de weg van de hydrobiologie opgegaan. De enige Belgische school van arachnologen leek op die manier opgedroogd te zijn .

Tien jaren van groei en vele vergaderingen later werd ARABEL in 1986 een v.z.w. (Vereniging zonder winstoogmerk) met een formeel statuut, een voorzitter, een secretaris, een penningmeester en een 60-tal leden. De eerste voorzitter werd Jean Kekenbosch, die op die manier werd gehuldigd voor zijn pionierswerk in de Belgische arachnologie.

In april 1986 verscheen op voorstel van Jean-Pierre Maelfait het eerste nummer van de Nieuwsbrief van de Belgische Arachnologische Vereniging. Jaarlijks verschijnen drie afleveringen. In 2005 werd gestart met de uitgave van de “Arachnological Contributions” met als eerste nummer een catalogus van de spinnen van Griekenland (Bosmans & Chatzaki).

De activiteiten van de vereniging bestaan vooral uit het organiseren van vergaderingen (3 per jaar), excursies (2 per jaar) en sporadisch verzamelacties in het buitenland (e.g. Griekenland). Sinds 1992 wordt tijdens de algemene vergadering in het begin van het jaar een buitenlandse specialist uitgenodigd om over zijn arachnologisch werk te spreken.

In deze periode werden de rangen van de spinnenliefhebbers groter met o.a. Robert Kekenbosch, Herman Vanuytven, de gebroeders Koen en Johan Van Keer, Jan Bosselaers en Herman Deconinck.

Het ontstaan van deze vereniging en haar publicaties heeft de mogelijkheid gegeven aan spinnenliefhebbers (die we best kunnen omschrijven als mensen die niet-beroepshalve spinnen bestuderen maar wel hobbyistisch) om met hun spinnendeskundigheid in het daglicht te treden.We moeten hier de nadruk leggen op het feit dat het samenkomen van specialisten en spinnenliefhebbers in ons land geleid heeft tot een uitstekende samenwerking en tot een diepere kennis van onze inheemse spinnenfauna. Een aantal spinnenliefhebbers zijn uitgegroeid tot ware specialisten. De goede werking van ARABEL wordt dan ook in vele naburige landen fel benijd.

Vanaf het begin lag de klemtoon van de ARABEL-activiteiten op de faunistiek van de Belgische spinnen. Dit mondde uit in drie opeenvolgende soortenlijsten en een serie van catalogi met verspreidingskaartjes. Op één familie na, de Linyphiidae, was de Catalogus van de Belgische spinnen klaar. Moet gezegd worden dat het meeste werk door de niet-beroepshalve spinnenkenners werd geleverd.

Sinds 1995 ontstond aan de Universiteit van Gent (UGent) een vernieuwde interesse voor de arachnologie en dienden zich weer jonge arachnologen aan. Wij danken die gelukkige evolutie vooral aan Prof. Jean-Pierre Maelfait die een van de opvolgers van Jan Hublé overtuigd heeft de arachnologie terug op de sporen te zetten.
En zo verschenen de arachnologen van de derde generatie (1995-2005) en de spinnenwereld was niet langer vrouwloos:

  • Dries Bonte: Gemeenschapsecologie en gedragsbiologie van de spinnen van onze kustduinen // evolutionair-ecologisch onderzoek van dispersie bij spinnen
  • Frederik Hendrickx: Gemeenschapsecologie van diverse biotopen / effecten van anthropogene verstoringen op spinnenpopulaties / evolutionair-ecologisch onderzoek m.b.t. lokale adaptatie, levenscyclusvariatie en sexuele selectie van wolfspinnen
  • Domir De Bakker: Spinnen van bossen en van de boomkruinen van Papua Nieuw Guinea en Afrika
  • Danny Vanacker: Polymorfisme bij de baldakijnspinnen van het genus Oedothorax
  • Shirley Gurdebeke: Populatiegenetisch onderzoek van de trechterspin Coelotes

Vanaf 2003 tot heden vergrootte de interesse in het spinnenonderzoek nog meer dankzij de enthousiasmerende invloed van de derde generatie, ondermeer het puike werk van Dries Bonte en Frederik Hendrickx sprak heel wat studenten biologie van de UGent aan:

  • Tom Gheysen (UGent): Studie van de struktuur van spinrag
  • Debbie Eraly (UGent): Effecten van stress op uitwisseling tussen wolfspinpopulaties
  • Kevin Lambeets (UGent): Gemeenschapsecologie en gedragsbiologie van spinnen langsheen de oevers van de Grensmaas
  • Veerle Versteirt (KBIN): Taxonomisch werk op de Clubioniformen van Papua Nieuw Guinea
  • Eva Gaublomme (KBIN): Taxonomie van Oonopidae via genetische analyses
  • Wouter Fannes (MRAC): Taxonomisch werk op Afrikaanse Oonopidae
  • Liesbeth Wiersma (UGent): Effecten van habitat fragmentatie op Afrotropische spinnen
  • Charlotte DeBusschere (UGent): Evolutionair-ecologisch onderzoek van het genus Hogna op de Galapagos
  • Bram Vanthournout (UGent): Sex-ratio verstoring bij de baldakijnspin Oedothorax gibbosus
  • Julien Pétillon (UGent): Osmoregulatie van intertidale spinnen

Sinds het begin van deze eeuw zijn een aantal leden van ARABEL begonnen met individuele kleine tot grootschalige projecten uit te werken:

In augustus 2004 werd in Gent het 16de Internationaal Congres voor Arachnologie gehouden waar meer dan 300 gerenomeerde arachnologen, verspreid over de hele wereld, samenkwamen om elkaar hun nieuwste bevindingen in dit vakgebied voor te leggen en te bespreken.

Sinds oktober 2004 worden de spinnen in de Antwerpse binnenstad geïnventariseerd. Dit project wordt gecoördineerd door Koen Van Keer. Dit kreeg navolging voor de binnenstad Gent vanaf 2006 o.l.v. Robert Bosmans.

Heden wordt gewerkt aan een gedigitaliseerde vorm van catalogus door Frederik Hendrickx en Domir De Bakker waarvoor subsidies werden verkregen van de Federale regering.

Ook werden sindsdien een aantal vulgariserende werken over spinnen uitgegeven. In de herfst komen ze binnen: Zin en onzin over spinnen door Koen Van Keer zag in 2001 het licht. Een spin als huisgenoot van Bryan Goethals verscheen in 2003 bij Tirion en het overzichtelijke werk van Herman Vanuytven ‘Spinnen, leven op acht poten. Spinnen van België en Nederland onder de loep werd in 2005 uitgegeven. In 2008 pakte Koen Van Keer uit met een prachtig geïllustreerd boek voor jong en oud: Op spinnensafari. Rop Bosmans publiceerde reeds verschillende werken over de verspreiding van spinnen in de gebieden rond de Middellandse Zee.

Het jaar 2009 werd getekend door het schrijnende verlies van drie iconen van de Belgische arachnologie en peilers van onze vereniging: Jean Kekenbosch overleed op 13 januari 2009, Jean-Pierre Maelfait verliet ons op 6 februari en 27 november was de dag van het heengaan van Jan Hublé. Onze vereniging is hen grenzeloze dank verschuldigd…

 

>